It is hiel belangryk om de jeugd sjen te litten dat dit wurk der is

Wie denkt dat de krapte op de technische arbeidsmarkt iets van de laatste jaren is, heeft het mis. Toen Jelle Jaap Stiemsma zelf een technische opleiding volgde, werd er al voor gewaarschuwd. Inmiddels werkt hij zo’n twintig jaar bij SMI Groep en ziet hij het tekort dagelijks terug. “Soms steane fakatueren gewoan jierren iepen, letterlik jierren. Wy hawwe bygelyks de funksje fan lasser eins permanint iepen.”

Vooral vakmensen op de werkvloer zijn lastig te vinden. Voor technische kantoorfuncties, zoals tekenaars en projectleiders, lukt dat in Noardeast-Fryslân nog redelijk goed. “Yn de regio sit in hiel soad kennis en technyk”, ziet Stiemsma. De grootste uitdaging zit bij beroepen “dêr’t de hannen brûkt wurde moatte”.

Dat maakt groeien ingewikkelder. SMI haalt zijn toegevoegde waarde vooral uit het vakmanschap en de uren van medewerkers. Om concurrerend te blijven moet het bedrijf groeien, maar daarvoor zijn juist weer mensen nodig.

Regio van doeners

Toch wil Stiemsma het beeld niet te somber maken. “Wy binne wol bliid dat wy yn dizze regio sitte. Hjir wenje noch in hiel soad tûke, handige minsken dy’t graach wat mei de hannen dwaan wolle.” Maakindustrie, bouw, landbouw en visserij zijn hier al generaties lang aanwezig. Jongeren groeien daardoor vaker op met praktisch vakmanschap om zich heen. Technisch vakmanschap vraagt bovendien talent en biedt volgens Stiemsma tegenwoordig goede arbeidsvoorwaarden en volop toekomstperspectief.

De uitdaging is vooral om jongeren die mogelijkheden te laten zien. Een twaalf- of veertienjarige kan zich iets voorstellen bij het werk van een timmerman of verpleegkundige, maar een metaalverwerkend bedrijf is abstracter. “It is hiel belangryk om de jeugd sjen te litten dat dit wurk der is.”

Laten zien wat er achter de gevel gebeurt

Daarom laat SMI leerlingen letterlijk zien wat er binnen het bedrijf gebeurt. Tijdens zo’n bezoek probeert het bedrijf aan te sluiten bij de leefwereld van de leerlingen, bijvoorbeeld door te laten zien dat een onderdeel uiteindelijk in een fiets, auto of machine terechtkomt. Vooral moderne technieken trekken de aandacht. “Ast it hast oer automatisearring, dan merk ik wol dat de jeugd dêr hiel bot op oanslacht. Se groeie op mei kompjoeters.”

Niet ieder kind wil daarna lasser of frezer worden. Wel ziet Stiemsma soms precies waar interesse ontstaat. “By bepaalde bern sjochst hiel gau dat se derop oanheakje en fragen begjinne te stellen. Rûnliedingen binne hiel weardefol.” 

Van eerste bezoek tot baan

Zo’n kennismaking kan jaren later nog doorwerken. Een medewerker op kantoor vertelde bijvoorbeeld dat hij altijd al bij SMI wilde werken. “Dy sei: ik ha hjir tsien jier lyn al ris in rûnlieding hân. Dêr dogge je it foar.” 

Stages maken die verbinding nog concreter. SMI ontvangt veel mbo- en hbo-studenten. “Sa’n fyftich prosint fan ús kantoarmeiwurkers binne minsken dy’t hjir earder staazje rûn hawwe”, schat Stiemsma. Ook in de werkplaats blijven stagiairs regelmatig hangen. Een stage geeft beide kanten de kans elkaar te leren kennen. De student ontdekt of het bedrijf en beroep passen, terwijl SMI ziet wat iemand kan. “It is prachtich foar it bedriuw en de studint om inoar goed kennen te learen.” Als het klikt, kan een stage uitgroeien tot vakantiewerk, een leerwerktraject of een baan.

Niet ieder voor zich

Onderwijs in Bedrijf helpt om zulke ontmoetingen structureel mogelijk te maken. De organisatie vormt de schakel tussen scholen en bedrijven en helpt onder meer bij het organiseren van bezoeken. Als bedrijven en scholen dat allemaal afzonderlijk moeten regelen, kost het volgens Stiemsma veel tijd en en blijft het sneller bij losse initiatieven.

Juist voor de langere termijn is samenwerking nodig. Het tekort aan vakmensen wordt niet opgelost door alleen de vacatures van vandaag te vullen. Meer jongeren moeten ontdekken dat techniek bij hen kan passen. Daarom hoopt Stiemsma dat meer regionale bedrijven zich aansluiten bij Onderwijs in Bedrijf, ook als zij nu geen acuut personeelstekort hebben. 

Daarbij kijkt SMI verder dan de eigen voordeur. “It kin ús net safolle skele oft in jongere by ús of by in oar bedriuw yn de regio oan it wurk komt. It persintaazje bern dat foar in technyske oplieding kiest, moat omheech.” Eén bedrijf kan dat niet voor elkaar krijgen. “Dêr hast gruttere organisaasjes foar nedich. Sa’n klup as Onderwijs in Bedrijf is dêr in prachtich foarbyld fan.” Want werken aan de vacatures van morgen begint volgens Stiemsma niet pas als ze ontstaan. Daarvoor moeten jongeren vandaag al zien welk werk er in de regio te vinden is.